Monday, January 28, 2008

















































De drie generaties in mijn familie

Desiré Alemé Lewis-Harst. Geboren Den Haag 19 september 1928
Michael Bernard Charles Lewis. Geboren Djakarta 29 augustus 1952
Taravarsha Lewis. Geboren Rotterdam 4 september 1986

Drie generaties van mijn familie. Grootmoeder, vader, zuster.
Alle drie hebben zij het zelfde sterrenbeeld; maagd.
Verschil in leeftijd grootmoeder – vader 24 jaar.
Verschil in leeftijd vader – zuster 34 jaar.

Desiré Almé Lewis-Harst
Haar vader was half Duits, half Javaans. Hij is geboren op Java in Nederlands Indië.
Haar moeder kwam van Ternate, een eiland ook in de gordel van smaragd, waar de lokale bevolking sterk vermengd is met Portugezen, later Nederlanders, Duitsers en alles van zo’n beetje overal ter wereld wat daar vroeg of laat voet aan wal pleegde te zetten.
Mijn overgrootvader had een hbs (hogere burgerschool) diploma. Dat was in zijn tijd een vrijbrief voor een degelijke positie binnen de koloniale maatschappij.
Dat was belangrijk voor de Indo, Indische mensen die niet puur van Hollands (of tenminste Noord Europees bloed) waren. Ze werden verstoten door de Javaanse gemeenschap en door de Hollandse gemeenschap werden ze wel getolereerd, doch niet geaccepteerd als gelijke. Een tussen ruimte waarbij het vanuit een overleving strategie essentieel was om aansluiting te vinden bij de dominante cultuur van de kolonisator. Dat leverde werkverschaffing op en de zekerheid van een inkomen.
Men zegt wel eens dat Indische mensen Hollandser zijn dan Hollanders. Binnen de psyche van de Indo bestond en bestaat nog steeds een taboe op erkenning van familiebanden met Indonesische voorouders en een welhaast gedreven focus op bloedrelaties met de (een) Hollander.
Mijn oma was dertien toen Indonesië door de “Jappen” werd bezet. Veel van haar vrienden en familie verdween in het “Jappenkamp”. Na de capitulatie van de Japanners moesten Britse soldaten bij hun thuis worden ingekwartierd om de familie tegen aanvallen van nationalistische Indonesiërs te beschermen. Zo ontmoette mijn oma mijn opa, die in het Britse leger diende. Hij kwam oorspronkelijk uit India en had ook Indiaas bloed. Mijn oma’s ouders repatrieerden in 1947 naar Nederland. Zij namen mijn oma mee maar zij trouwde datzelfde jaar met de handschoen en ging in haar eentje terug naar Indië. Toen mijn vader drie jaar oud was scheidden mijn grootouders en vertrok mijn oma met mijn vader en zijn broer naar Nederland. Zij ging weer bij ouders wonen en ging als secretaresse werken. Mijn grootvader verhuisde later naar Engeland. Ik heb hem nooit gezien omdat hij stierf voordat ik geboren ben.
Mijn oma is een keurige dame. Met haar 79 jaar ziet ze er nog steeds vrouwelijk en sterk uit. Haar licht getinte huid en groene ogen geven haar het uiterlijk van een Hollandse. Zij maakt enkel Nederlandse en Engelse gerechten klaar. Haar passie is pianospelen en westers klassieke muziek is een essentieel onderdeel van haar leven. Nog steeds heeft ze een uitgebreid sociaal netwerk van vrienden en familie. Wanneer ik bij haar op bezoek ben zie ik diverse vogels van pluimage bij haar plaats nemen op bank, fauteuil of schommelstoel. Wanneer ik naar haar kijk zie ik weinig aan haar dat mij doet denken dat ze niet van Westerse komaf is.

Michael Bernard Charles Lewis
Mijn vader vormt de tweede generatie (babyboomer). Hij kwam op zijn derde jaar in Nederland te wonen. Ging naar school. Haalde net als zijn grootvader het hbs diploma en heeft een reeks niet afgemaakte studies op zijn naam. Na de eerste poging pakte hij zijn biezen en vertrok naar India. Hij reisde over land en bleef acht jaar in India wonen.
Mijn vader heeft altijd een sterke verwantschap met India bewaard. Hij ging daar heen met de intentie zijn grootvader, die toen nog leefde, op te zoeken. Hij maakte daar pas kennis met de Indiase cultuur en heeft er zijn eigen weg in gevonden. Een aantal jaar heeft hij een sterke affiniteit met het boeddhisme gehad. Nog steeds geeft hij elke ochtend thee aan de geesten om ze goedgestemd te houden.
In plaats van het nette en degelijke van mijn oma is mijn vader het tegenovergestelde. Hij groeide op in de hippietijd en hoewel zelf geen hippie, zette hij zich wel af tegen het degelijke en nette van de generatie van mijn oma. Hij is een muziekfanaat en heeft duizenden grammofoonplaten in zijn woonkamer staan. Het huis is verwaarloosd en er wordt niet vaak schoongemaakt. De omgeving past echter bij mijn vader. Het zegt wat over zijn leven. In het dagelijks leven is mijn vader boekhouder. Hij doet dit voornamelijk voor artistieke instellingen en mensen die een beroep hebben in de culturele sector.
Hij is mijn moeder tegengekomen op de Universiteit in Leiden waar ze beiden Sanskriet studeerden. Zij kregen een relatie en na drie jaar werd ik geboren. De relatie van mijn moeder en vader verliep slecht. Toen ik zes was zijn zij uit elkaar gegaan. Dit komt onder andere door de tegenovergestelde personen die mijn moeder en vader zijn. Mijn moeder is zeer net en schoon en lijkt in die zin meer op mijn oma.

Taravarsha Lewis
Mijn zus is de derde generatie. Onze moeder is Hindoestaans en mijn vader zoals gezegd van Indiase en Indonesische afkomst. Mijn zus definieert haar identiteit niet zozeer op basis van afkomst. Niet dat ze die ontkent, maar ze beschouwt het meer als een gegeven en haar identiteit tracht zij in haar eigen termen te formuleren en inhoud te geven. Ze studeert communicatie en heeft een diepe affiniteit met haar Rotterdamse geboorteplaats. Ze is supporter van Feyenoord en zit in haar roodwit zwarte voetbalshirtje en sjaal om de week in de Kuip. Voor haar raam hangen vlaggetjes van de voetbalclub.
Van Hindoestaanse jongens, afgezien van haar neefjes, moet ze niets hebben. Alleen Nederlandse mannen vallen bij haar in de smaak. Zij wil laten zien dat je haar kan beschouwen als Nederlander en wil zo weinig mogelijk als allochtoon geïdentificeerd worden. Net als mijn vader houdt mijn zusje er een actief nachtleven op na. Beiden zijn ze bepaald niet vies van een drankje hier en borreltje daar. Beide hebben een uitgebreid sociaal netwerk dat op hun respectievelijk persoonlijkheden aansluit. Mijn zusje ziet er echter net en verzorgt uit. Ze hecht grote waarde aan haar uiterlijk en is wat dat betreft meisjesachtig.

Het onderliggend verband
Mijn onderzoek in het leven van deze drie personen richt zich op het vinden van een onderliggend verband. Daarbij stelde ik de vraag: in welke mate verhoudt de etnische achtergrond zich in de perceptie van de eigen identiteit.
Bij mijn oma is de etnische achtergrond tot vage contouren verbleekt in haar bewustzijn dat ze Hollands is. Dit bewustzijn was onderdeel van haar tijdsgeest en de omgeving waarin zij leefde, sociaal volstrekt acceptabel, zoniet een noodzaak te overleven.
In het leven van mijn vader is etniciteit ingeweven in zijn persoonlijkheid. Hij kookt altijd genoeg, zodat een onverwachte gast kan mee eten. Zijn denken is beïnvloed door ideeën uit het Boeddhisme. Hij groeide op met het idee dat hij ergens in India een grootvader had. Dit idee heeft hij doelbewust in zijn bewustzijn laten groeien tot een directe identificatie en betrokkenheid met dat Land en haar inwoners.
Bij mijn zus heeft etniciteit een net zo onbeduidende invloed op haar bewustzijn als dat het bij onze oma het geval is. Het verschil tussen de twee is dat het bij mijn oma een noodzaak was en bij mijn zus een keuze genomen in vrijheid van sociale verplichting. Je zou mijn vader, voor wie vrijheid van keuze, mede bepaalt door zijn tijdsgeest, van essentieel belang is, als een bijna symbolische brug kunnen zien tussen zijn moeder en zijn dochter.